Artrose is een gevolg van slijtage van het kraakbeen in de gewrichten. Ten onrechte wordt de sport hier met een boos oog bekeken: er zouden immers meer schokken moeten opgevangen worden door bepaalde gewrichten die in hoge mate belast worden. Het omgekeerde is echter waar: regelmatig sport beoefenen helpt artrose voorkomen.
Artrose (niet te verwarren met artritis) is een “slijtage”-proces van de gewrichten dat bij iedereen optreed, bij de een wat sneller dan bij de ander. Tussen 40 en 50 jaar zal iedereen, sportief of niet, in meer of mindere mate kleine letsels vertonen in één of ander gewricht. Boven de 75 jaar heeft minstens 85% van de bevolking herkenbare tekenen van artrose.
Artrose kan in alle gewrichten voorkomen, zowel van armen, benen als wervel, maar het kan ook beperkt zijn tot de knieën, handen, heupen of de lage rug. Normaal leidt het niet tot een uitgesproken verlies van beweeglijkheid, tenzij in de heupen en de knieën. In het laatste geval zal de patiënt moeten vermageren om de gewrichten minder te belasten.
Factoren die belangrijk zijn in het ontstaan van artrose:
- Misvormingen, zelfs in lichte mate. Zo geven bv. X-benen een hogere belasting ter hoogte van de binnenzijde van de knie
- Biochemische factoren zoals kristallen in de diepe lagen van het kraakbeen (beïnvloed door dieet, erfelijke factoren, …) waardoor het kraakbeen brozer wordt.
- Een heelkundige ingreep ter hoogte van de gewrichten van voeten, benen of rug, verhogen de kans op ontwikkeling van artrose.
Sterke spieren
Er bestaat geen enkel bewijs dat sport op zich verantwoordelijk zou zijn voor artrose. Integendeel, geregeld lichaamsbeweging vertraagt de functionele veroudering van spieren en beenderen. Sterke spieren zorgen voor een evenwichtige belasting van de gewrichtsvlakken. Zwakke spieren daarentegen laten meer speling toe, met als gevolg een slechte stand van het gewricht en overbelasting.
De belangrijkste spiergroepen in dit verband zijn de spieren van de dijen (voor knieën en heupen) en buik (voor de rug).
Enkele voorbeelden van resultaten bij sporters op oudere leeftijd:
- Voetbal: bij spelers op competitieniveau komt meer artrose van de enkel voor.
- Wielrennen: schouders, ellebogen en polsen tonen dikwijls tekens van artrose.
- Lopers: lopen lijkt niet verantwoordelijk te zijn voor pijnlijke artrose-letsels. Heupartrose zou zelfs minder voorkomen bij regelmatige joggers dan bij mensen met een zittend leven. Indien een letsel opgelopen werd en heelkunde nodig was op het kniegewricht, is dit meestal wel een aanleiding tot het ontwikkelen van vervroegde artrose.
Men zou kunnen zeggen dat een sport met trauma-risico een sport is met artrose-risico en dat het nuttig is een gewrichtsafwijking op te sporen voordat men een gewricht begint te belasten.
Mensen boven de 40 die ooit geopereerd zijn aan de gewrichten of die beschadigde gewrichten hebben, doen er best aan zich te laten onderzoeken voor ze met sport (her)beginnen. In die gevallen zullen duursporten als zwemmen, langlaufen en fietsen het meest aangewezen zijn. Ook spierversterkende oefeningen zijn nuttig om de gewrichten te ondersteunen. Sporten die voortdurend schokken veroorzaken in de gewrichten zoals (joggen, aerobics, volleybal, …) worden in die omstandigheden best vermeden.